Dachau

Dachau-expositie Titus Brandsma Museum overgenomen
door Kamp Amersfoort

dachauNa de Duitse inval worden geleidelijk de ware bedoelingen van de Nazi’s merkbaar. Veel organisaties en individuen verzetten zich hiertegen, sommigen fysiek en met geweld, anderen juist door middel van het woord. Ook de kerken en kerkgenootschappen nemen hun eigen verantwoordelijkheid. Enkele predikanten en priesters geven via kerkbladen, in verenigingen en besturen, preken en lezingen duidelijk aan waar de grens ligt. Velen van hen worden opgepakt, sommigen gaan zelfs op transport naar een gevangenkamp. Begin april 1942 ontmoeten de Groningse gereformeerde predikant Jo Kapteynen de Nijmeegse professor pater Titus Brandsma O.Carm. elkaar als gevangenein Kamp Amersfoort.
Beiden hebben zich vanuit hun verschillende traditiebestuurlijk en verbaal verzet tegen de wandaden van de Duitse bezetter. Kapteyn preekte zondags betekenisvol voor zijn gemeente en kwam op voor de vrijheid van het gereformeerde onderwijs, Brandsma was voorman van de katholieke scholenbond en steunde de katholieke dagbladen tegen de NSB. In het strafkamp overbruggen zij de grote verschillen, die in de verzuilde samenleving van hun tijd zo normaal zijn. Zij vinden in elkaar in gebed en diepe gesprekken en worden vrienden. Een hernieuwd weerzien vindt plaats in de gevangenis van Kleef. Samen maken zij – geboeid aan elkaar – de lange treinreis naar Dachau en vinden daar kort na elkaar hun eind. Zo fungeren Brandsma en Kapteyn als metafoor voor de Nederlandse geestelijken in verzet .